100.000 stukjes bombazijn voor 6 à 8 Tonnen Gouds

hoofdstuk 7

Enschede was in 1792, aan het einde van de achttiende eeuw, een klein, maar veelbetekenend plattelandsstadje. Het oogde lieflijk, idyllisch bijna. De Grote Kerk torende hoog boven de huizen uit, dichtbij wenkte het vermaanhuis van de doopsgezinden.1 Een bedrijvig stadje was het. In de huizen rondom de kerk, aan de Oude Markt, werden goede zaken gedaan. Op marktdagen kon je er tientallen boeren ontmoeten, met een mars op de rug op weg naar de ‘reider’.2 De linnenhandelaars boerden goed, sinds 1728, toen ze het alleenrecht kregen om bombazijn te maken, zware doeksoorten van linnen en katoen, die uitermate geschikt waren voor werkkleding. De jonge Hendrik Jan van Heek was één van hen. Hij was getrouwd met Engelbertha Lasonder, erfdochter en enig kind van de steenrijke Jan Berent Lasonder, een succesvolle Enschedese linnenhandelaar, telg van het rijkste textielgeslacht van Twente.

Verder lezen?


Bronnen

8 / Jan Bernard Blijdenstein, patriot, maire van Enschede

Naar begin Geschiedenis