‘In onze werkstad geen plaats voor gebouw vol weelde’

hoofdstuk 30

Het was een spannend, bij Enschede passend ontwerp, vonden de bestuurders van de stad, een plan met allure dat refereerde aan de geschiedenis van de stad. Het droeg dan ook als motto In d’oude stad. Architect Gijsbert Friedhoff lichtte in 1927 zijn ideeën voor het nieuwe stadhuis toe. Burgemeester Edo Bergsma, de wethouders en enige notabele ambtenaren luisterden aandachtig, sommigen blij verrast, een enkeling keek wat zuinig. Friedhoff had de oude vorm van de stad als uitgangspunt gekozen, in het spoor van de stadsbestuurders die na de stadsbrand van 7 mei 1862 geen nieuwerwetse fratsen wilden, geen Amerikaanse stad vol huizenblokken aan kaarsrechte straten, nee, de vorm van een ei moest terugkomen. Met zijn stadhuis – te bouwen op de plek waar in 1325 toen Enschede stad werd, de Richter woonde, in het Schultenhues – wilde Friedhoff vooral aansluiten bij de sfeer en het oude karakter van vroeger, zo bleek uit zijn toelichting: ‘Het stadsbeeld van Enschede vraagt een zware massa, slanke accenten zijn er in de vorm van schoorstenen genoeg.’ De stad telde in 1927 in de directe nabijheid van het stadhuis enkele tientallen fabriekspijpen.1 

Verder lezen?


Bronnen

31 / Het Pathmos van Wim de Wijs, Wohnsiedlung in textielstad

Naar begin Geschiedenis