Germaanse verzamelplaats oorsprong van Enschede?

hoofdstuk 2

Enschede kreeg in 1325 stadsrechten van de Utrechtse bisschop Jan van Diest en mocht een stadszegel gaan voeren, om officiële stukken te waarmerken. Het eerste zegel stelde de patroon van de kerk en van de parochie voor, Sint Jacobus de Meerdere, die in de linkerhand een staf vasthield en op de uitgespreide rechterhand de kerk droeg.1 Er stond een randschrift op: S(igillum) opidi Enschede. Dit zegel, gevoerd tot 1647, was tegelijkertijd het stadswapen dat op oude gedenkpenningen voorkomt. In de zeventiende eeuw kreeg Enschede een nieuw zegel, vermoedelijk na de eerste Münsterse Oorlog (1665-1666). Op dat zegel stond een slaghek, drie dwarsbalken samengehouden door twee kruisbalken, in het midden door twee touwen kruiselings verbonden. Met dit zegel en ook met de toen ingevoerde schrijfwijze Eindschede wilde het stadsbestuur benadrukken, dat Enschede de ‘eindscheiding’ was tussen Overijssel en het bisdom Münster. Vanaf 1819 mocht Enschede het wapen met het rode hek voeren, zo besliste de Hoge Raad van Adel. Het wapen, in 1840 ingevoerd, toont hetzelfde schild, gedekt met een gouden prinsenkroon, vastgehouden door twee klimmende leeuwen, die de toeschouwer moedig in de ogen kijken.

Verder lezen?


Bronnen

3 / Mauritsboompje op Usseler Es, rustplek voor Staatse verspieders

Naar begin Geschiedenis